Website in opbouw.

Hoveniersweg104
Subtitel: Het huis en zijn tijd (1850-1900).

reakties:  de@hoveniersweg104.nl

 

 

Over deze site:

Waarom ik deze site heb gemaakt, wat is mijn belang ?  Ik woon in het huis Hoveniersweg 104 en ik vind het leuk om dit te delen.
De combinatie van algemeen zeer slechte omstandigheden van de gezondheid rond 1850 en een woning welke daar een rol in heeft gespeeld en er nu nog staat, is te interessant om te vergeten.

Op basis van de grote hoeveelheid informatie over de zorg voor de zieken rond 1850, heb ik een samenhangend verhaal gemaakt.
In de titel heb ik de grote term Ziekenhuis gebruikt, waarom leest U in dit verhaal.

Binnen deze site zijn alle genoemde documenten opgenomen, veelal in een foto kopie van van het origineel en een vertaling in een Word document als bewerkbare tekst.
Een overzicht van dit basismateriaal, zoals:  Kaarten en Kadaster gegevens, Gemeente Verslagen en Kranten berichten staat onderaan deze pagina.
 Daar kunt u ook naar een kopie van het document gaan.

Veel dank ben ik verschuldigd aan de heer van Heiningen, hij heeft me op het spoor gezet en voorzien van informatie. Daarnaast heb ik veel informatie verzameld in het Archief (Achterstraat, Tiel) , zowel van fotokopieën als van de originele documenten.

 

Deze website is eigendom van Chris Koolma.
Het kopiëren van informatie van deze site is alleen toegestaan met bronvermelding.
 Bij het op enigerlei wijze publiceren van deze informatie verwacht ik, dat ik op de hoogte word gesteld.

 

 

 

 

Hier stond het eerste ziekenhuis in Tiel.

        

  Op de plaats van de 5 woningen stond het eerste ziekenhuis in Tiel,  Hoveniersweg 108 - 116  (foto 1971)
uiterst rechts de Beheerderswoning (nr.104)

 

  Eerste ziekenhuis in Tiel.

Toen de heer Brands in 1875 zijn huis aan de Hoveniersweg 104 samen met zijn vrouw betrok had hij ook het beheer over de naastgelegen isolatie barak voor besmettelijke ziekten. Het huis was nieuw, mooi vrijstaand. Voor zi k hoefde hij niet ver weg. Naa2t het huis stond een houten gebouw ook wel Barak genoemd. In de barak was links en rechts een ruimte van ca 10 bij 7 meter. In het midden was de ingang.
Het was gebouwd voor het verplegen van Lijders aan besmettelijke ziekten. Dus eigenlijk het eerste ziekenhuis van Tiel. De Gemeente Tiel heeft niet zelf het initiatief genomen om zieken apart te gaan verplegen, hierover verderop  meer.
De heer Brands zorgde voor het onderhoud, zijn vrouw maakte het ziekenhuis schoon.


kavel oppervlakte ongeveer 800m2  (50 x 16 meter).

 

Wat een armoe.  (ca. 1830-1880)

Waarom was het ziekenhuis nodig ? Door armoe, geen riool, geen waterleiding was het moeilijk om schoon te blijven. Niet alleen je huis maar ook je eigen lijf. Besmettelijke ziekten kwamen veel voor. Tyfus, Cholera, longontstekingen, mazelen enz.
 Ziekten en armoede gingen hand in hand, en alles wat armoe betrof was een taak van de kerken, dus de verpleging van zieken hoorde daar ook bij, zo was het gevoel bij de bestuurders van Tiel in die tijd.
Zo was het ook de taak van de kerken om medicijnen te verstrekken. Die werden ten laste gebracht van de gemeentekas, en dat was het dan. meer
De omstandigheden dat ziekten zich zo snel konden ontwikkelen waren optimaal. Een poepton achter het huis, geen water om je handen te wassen. Kleine huizen met vaak maar een kleine huiskamer en en keuken beneden en boven een kleine slaapkamer met de kleinste erbij en de rest van de kinderen op de open zolder. Kaarsen en olielampen voor de rijken, duisternis voor de armen en een kachel als fornuis.
De straat was was geen straat, meer een pad van vastgelopen aarde, soms verhard met steenslag (zeg maar puin). De gemeente had als taak de gaten te vullen. Na een regenbui stond alles blank en zakte het water in de bodem. Zo ook de Hoveniersweg. De oude onverharde straat lag 50 cm lager dan de huidige klinkerweg. Binnen de stadsmuren leefden tientallen gezinnen in krotten. Het jaarverslag
1831 vermeld: straten en en goten worden wekelijks schoongemaakt en de stad wordt met lantaarnen verlicht. Over het pad tussen de woningen liep ook gewoon het afval water uit de huizen. Het vuil van buiten liep je dus zo mee naar binnen. Vooral in de binnenstad stonken sommige buurten. "De weg naar de armenschool is niet alleen slecht maar ontsiert op stuitende wijze een gedeelte van onze gemeente", zo staat te lezen in het jaarverslag 1880. meer

In Tiels jaarverslag aan de regering in Den Haag 1855:

Het is ons aangenaam te mogen zeggen, dat deze Gemeente zich in voortdurende bloei een welvaart mag verblijden en dat zij, terwijl op andere plaatsen van ons vaderland, aanstekelijke ziekten heerschten , hiervan gespaard is gebleven , dat de zoo ongelukkige watervloed, welke zoo vele gemeenten ook in deze Provincie in ramp en ellende heeft gestort, een betrekkeljk gering nadeel in deze Gemeente veroorzaakt heeft , dat handel en nijverheid in bloeijenden toestand verkeeren en de financiën dezer Gemeente zich in voldoenden staat bevinden.

Deze tevredenheid zie je niet overal terug, want in hetzelfde jaarverslag van de medische politie staat:

1 geval van typhus cerebralis deed zich voor.  En deed voor uitbreiding dezer ziekte vreezen, niet allen wegens de naauwe, bekrompene en schamele woning, maar ook om de armoede , slordigheid , gebrek aan goede ligging , oppassing enz. , doch het is hierbij gebleven.

En dit was niet de enige naauwe, bekrompene en schamele woning in Tiel.

Werk in de stad.

Door de komst van de stoommachine was het mogelijk om zonder paarden of mensen machines aan te drijven (de industriële revolutie was begonnen) zien we binnen en direct buiten de stad fabrieken ontstaan.. Steenfabriek Binnenhoek,Lokstraat 1811-1835, Papierfabriek Kwelkade(80 man) 1864, Glucosefabriek (lozing op de Waal) 1875, Daalderop 1880, De Betuwe 1885, Door verschillende oorzaken was Nederland, in vergelijking met de omliggende landen, laat met deze ontwikkeling.

 

Platteland naar de stad.

Ook op het platteland heerste ontstellende armoede en hongersnood.

Er komt een proces op gang, waarbij geleidelijk aan op grote schaal mensen naar de stad trekken (urbanisatie). Hoewel deze mensen dachten het beter te zullen krijgen in de steden, neemt juist de verpaupering nog toe door lage lonen en slechte sociale omstandigheden. Ook de vrouwen vinden hun weg naar de fabrieken, al krijgen ze alleen toegang tot de laagstbetaalde sectoren van arbeid. Vooral de vrouwen uit de arme buurten moesten aan het werk, gedwongen door geld of door de baas van de man. Ook kinderen werden ingezet omdat de baas het wil.

Vaak lieten winkeliers rond 1850 arbeiderswoningen bouwen voor de verhuur, vooral in Tiel-oost. Via verplichte winkelnering waren ze verzekerd van omzet . De huuropbrengst was een prima oudedagsvoorziening voor ze.
Deze woningen werden vaak gebouwd op kavels van nauwelijks twintig vierkante meter (dus 4 bij 5 meter) vooral in het oude Zandwijk op de kleinere weilanden bv- aan de Staartsestraat (de Kijk Uit)  en de `Vleesbuurt', aan de Hogeweidseweg, in de Twaalf Apostelen, op de Lok, rond het Planken Wambuis, aan het Fabriekslaantje enz.

Met de industrialisering trad tevens een proces van arbeidsverdeling op. Omdat iedereen binnen het gezin moest/ging werken was je aangewezen op hulp van buiten het gezin, maar nog meer je kon als gezin anderen geen hulp meer bieden. Het omzien naar elkaar werd steeds minder. Nieuwe beroepen ontstonden bijvoorbeeld de bakker, groenteboer, enz.
Door lage lonen en slechte sociale omstandigheden nam de verpaupering toe. Dit uitte zich onder andere in een onhygiënische leefwijze met toenemende gevaren voor epidemieën. De lichaamshygiëne was totaal onbelangrijk. Artsen meende dat baden schadelijk was. De meeste mensen wasten hooguit hun handen, gezicht en oren. Alleen welgestelden die zich meer dan 1 stel kleding konden veroorloven, wasten hun kleding. (pas in 1916 werd bekend dat luizen de oorzaak waren van vlektyfus. In 1930 eerste vaccin).

Aanpak van de gezondheidszorg werd dringend nodig.

 

Epidemieën en besmettelijke ziekten

Epidemieën en besmettelijke ziekten waren beslist niet een alleen maar Tiels probleem. Integendeel, juist de grote steden met veel zeelui waren een bron van ziekten vanuit het buitenland meegebracht. Tienduizenden mensen stierven. Het ziekte proces ging snel, er op of eronder, hele families besmetten elkaar en men had geen idee hoe dat kwam. Bovendien was er onder de bevolking weinig respect voor en vertrouwen in de medische stand. Reeds in de 14de eeuw kwam al op grote schaal de Pest voor. In de 16de eeuw kwam daar de Vlektyfus bij. In de tweede helft van de 30-jarige oorlog (1618-1648) stierven 18.000 soldatendoor vlektyfus in combinatie met scheurbuik.

Een kort overzicht van rampen en epidemieën in die tijd:
• 1830 en daarna werd Nederland geteisterd door enkele cholera-epidemieën. De ziekte werd meegebracht door scheepslui of ontstond door de onhygiënische omstandigheden. De eerste epidemie brak uit in 1832 in Scheveningen. Er vielen vele doden en de ziekte verspreidde zich later tot aan Rotterdam en Amsterdam. De tweede in 1848.
• 1854-1856 Krimoorlog. Besmettingen onder en door de slachtoffers. Florence Nightingale(1820-1910)
• 1861 jan Watersnood (dijkbreuk) Gelderland, Noord-Brabant
• 1863 Tyfus in Leeuwarden
• 1863 Storm in west Holland Zware schade aan de Scheveningse
• 1864 - 1865 Pokken in Woudsend (Fr)
• 1866 -1867 3de Cholera epidemie in geheel Nederland en met name in Amsterdam, Rotterdam, Maassluis, Dordrecht, Leiden, 's-Gravenhage, Utrecht, Friesland, Groningen, Gelderland 20.000 mensen stierven.
• 1870 - 1873 Pokkenepidemie In Nederland stierven zo'n 22.000 mensen, de meesten in 1871 (15.787 slachtoffers, voornamelijk kinderen). Omvang mede veroorzaakt door de Frans-Pruisische oorlog 24.000 mensen aan typhus en 17.000 mensen aan andere besmettelijke ziekten.

Een spectaculaire ontwikkeling van de medische wetenschap werd in gang gezet door de chemicus, zodat men mogelijkheden leerde kennen genoemde gevaren te bestrijden. Toch kon die bestrijding van besmettelijke ziekten pas effectief op gang komen na dwang van de overheid.


 

Overheid grijpt in.

Al begin 1800 bleek dat de plaatselijke autoriteiten niet in staat waren alle maatschappelijke problemen aan te pakken. Bij een Verordening van het Staatstoezicht in 1804 gaan komen er plaatselijke commissiën die besmettelijke ziekten en epidemieën signaleren en door samenwerking tegengaan. Deze commissies konden alleen maar opschrijven, maar beslist niets doen. Dat recht achtte men toen slechts voorbehouden aan de lokale autoriteiten.
Bij de Gemeentewet van 1851 werd het gemeentebestuur verantwoordelijk gesteld voor het "toezicht", maar zelfs dit leverde niet het gewenste resultaat op. Dit omdat steun door de gemeente niet werd verleend en verordeningen niet nageleefd.

Een belangrijk moment:

In 1865 kwam onder Thorbecke de eerste gezondheidswet tot stand, waarin het Staatstoezicht op de volksgezondheid werd geregeld. Dit Staatstoezicht omvatte het onderzoek naar de staat van de volksgezondheid, het aanwijzen en bevorderen van middelen ter verbetering, en het handhaven van wetten en verordeningen op het gebied van de volksgezondheid. Bij deze wet werd het toezicht van de plaatselijke commissies vervangen door dat van deskundige personen, de inspecteurs voor volksgezondheid. Deze inspecteurs moesten enerzijds de gemeentelijke en provinciale besturen adviseren en anderzijds de minister. De gemeentelijke autonomie bleef nog gewaarborgd. Naar de toen heersende opvatting was gezondheidszorg een facet van armenzorg en alleen in de ergste nood werd voorzien door de gemeentelijke autoriteiten. Men wilde de ruimte geven aan particuliere initiatieven en aan de kerk.
Toch drong de tijd. In 1865 stak in Europa de cholera weer de kop op. De inspecteurs merkten toen hoe moeilijk het was om gemeentebesturen en deskundigen er toe te brengen de van hogerhand aanbevolen maatregelen te treffen. Zij hadden sterke behoefte aan machtsmiddelen om snel en doeltreffend te kunnen ingrijpen. Thorbecke had teveel verwacht van de overredingskracht van de inspecteurs en de ontvankelijkheid voor hun argumenten door de gemeentebesturen. "Hier botsen de inzichten van de staatsman en de medici: de één zocht naar een oplossing, welke paste in het staats- en rechtsbestel, de anderen wilden een direct en effectief ingrijpen in de voorliggende misstanden en noden".

Eerst moesten meer dan 20.000 mensen het slachtoffer worden van de cholera-epidemie in Nederland van 1866-1869. Vervolgens stierven nog 22.000 mensen aan pokken, 24.000 mensen aan tyfus en 17.000 mensen aan andere besmettelijke ziekten, voordat er van dwang van bovenaf sprake kon zijn.

Langzamerhand ontstond na 1866 ook het vermoeden dat cholera zich via vervuild drinkwater verspreidde, en medici discussieerden over de vraag of cholera misschien toch besmettelijk was. Duidelijk werd dat er maatregelen genomen moesten worden zoals aanleg van riolering en goede voorzieningen voor drinkwater, al bleef het voor lokale overheden soms moeilijk om daarvoor financiële ondersteuning te krijgen.

 Tenslotte heeft Thorbecke in de Wet van 4 december 1872 die hij zelf nog heeft voorbereid, hoewel de afkondiging na zijn dood geschiedde- zijn vroeger geuit dreigement verwezenlijkt en de "vereiste dwang in het leven geroepen, die een gemeentebestuur zal verhinderen, om algemene belangen aan eigenzinnigheid of bekrompenheid op te offeren".
Zo kwam de Wet op de Besmettelijke Ziekten van 1872 tot stand, dit betekende:
 1). dwang van de centrale overheid op de gemeentelijke overheden,
 2). Nog een doorbraak: voorzieningen voor de gegoeden en voor de armen.
De gemeente werd verplicht ontsmettingen te verrichten waar dat nodig was, een inrichting te maken voor de afzondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten en om een lijkenhuis in te richten voor aan besmettelijke ziekten overledenen.  Het principe "openbare geneeskundige hulp en gezondheidszorg Is armenzorg" werd hiermee doorbroken. Overigens betekende dit niet dat de gemeentebesturen, zich nu gingen haasten de voorgeschreven voorzieningen te verwezenlijken. Dit werd met grote teleurstelling door de inspecteurs geconstateerd.

Een locaal voor besmettelijke zieken uit den gegoeden stand.
De volgende zin uit het verslag van dec 1872 geeft mij te denken:
"
Wordt voorlezing gedaan van een schrijven van den Geneeskundigen Raad van Gelderland en Utrecht, daarbij aandringende op de daarstelling van een locaal voor besmettelijke zieken uit den gegoeden stand. meer
Gelukkig stelt men voor om dit te combineren met een locaal voor min vermogenden. Wellicht is dit de reden van de twee lokalen, één voor gegoeden en één voor min vermogenden of nee, toch gewoon; 1 voor vrouwen en 1 voor mannen of dit ook niet maar mocht er per zaal maar 1 lijder liggen.

 

 Heel bijzonder bij het overlijden van Thorbecke: "Wij vernemen , dat de inschrijving alhier ten behoeve van het huldeblijk voor wijlen Mr. J. R. Thorbecke , eens som bedraagt van f 1170 ". (Gemeenteraad Tiel 21 december 1872)

 

 

En nu komt meneer Brands weer om de hoek kijken.

De plicht om voorzieningen treffen voor lijders aan besmettelijke ziekten werd in Tiel voortvarend op de agenda van de raad gezet.
De wet ging in op 4 december 1872.
Reeds op 21 december komt dit punt in de raad. meer
Daarop wordt in 23 augustus 1873 in de raad gediscussieerd over twee mogelijke varianten op basis van 24 bedden, de één van f 20.000 de ander van f 12.000. Reacties op het voorstel: het is te duur, beter op een andere plek, niet van hout, nog even afwachten, enz. meer
Dhr Tilanus wijst op het openbaar belang. In de vergadering van 4 september 1873 blijkt hij de grond aan de gemeente te verkopen. Nee, niet alleen een strook aan de Hoveniersweg van 500m2 (5 roede= 5 are), maar de kavel als zijnde bouwland 5000m2. (50 are) De rest kan je verhuren zo was zijn suggestie. meer
-  In het jaarverslag staat: grond gekocht 5470 m2 voor f 2500,- meer

-  Kadaster geeft aan: 48,6x114 meter (=5540,4 m2)  (veldwerkschets 1877). meer

Het wordt een Gebouw van hout opgetrokken, ingerigt zijn voor 16 lijders en geplaatst op een stuk bouwland op Zandwijk, groot circa 50 Aren. Totale kosten f 9000,-
Een leening zal worden gesloten van f 9000 met jaarlijksche aflossing van f 500 en tegen een rente van hoogstens 5%. Het is niet anders, zal men gedacht hebben. meer
Na de gunning en het bouwen wordt in 1875 het geheel opgeleverd. meer

Eindelijk kan de hr Brands en zijn vrouw aan het werk. Hij huurt het huis voor f 1,25 per week. Hij is ook gelijk opzichter Gemeente werken. Het huis heeft tot 1972 de opzichter gehuisvest.

Noot redactie: Het is voor mij onduidelijk hoe het met de woning zit nr 104. In de tekeningen en de stukken kom ik alleen het ziekenhuis tegen. Ook de ontsmettingsruimte ontbreekt.  Alleen in de begroting 1875 staat de woning genoemd. meer

 

De zaken nemen een keer.

Eindelijk kunnen lijders worden opgevangen. Maar de ontwikkelingen staan niet stil. Steeds meer wordt bekend over de oorzaken van al dit lijden. Schoon water en geen vuil in of om de woningen, zijn naast geneesheren met de nieuwe kennis belangrijke stappen in het voorkomen van besmettelijke ziekten.  De resultaten zijn zo snel merkbaar, dat in enkele jaren  het aantal lijders met de helft af neemt. Bestuurders die tegen de overheidsbemoeienis waren met de gemeenten, moesten erkennen; principieel fout maar wel effectief.  meer en in het bijzonder pagina 4;   meer

Het gevolg was echter dat ons ziekenhuis leegstand ging kennen. Een paar opnamen per jaar worden dan wel erg duur zo lezen we al in 1876 (het eerste jaar na de opening!)"Het is gebleken, dat die inrigting, behoudens enkele verbeteringen, die gemakkelijk zijn aan te brengen, wel aan het doel beantwoordt. Intusschen zijn de kosten van verpleging zeer aanzienlijk; deze hebben toch voor dien éénen lijder voor 31 dagen bedragen f187,76 ; hieronder zijn niet begrepen de kosten van geneesmiddelen.
Daar nu die uitgaven, welke uithoofde van onvermogen van den lijder niet op dezen kunnen worden verhaald, door de gemeente zijn gedragen, is het duidelijk dat deze inrigting, voor de finantiën der gemeente eene zeer bedenkelijke zaak kan worden, zoo die niet op andere wijze wordt geregeld, waartoe wij voornemens zijn pogingen aan te wenden".

Wordt vervolgd.........

Punten nog op te nemen oa :

1831 aan de Wed A.N. Brecht voor f 30 een toestel ter behandeling van de cholera-zieken

1832 23 juli over maatregelen tegen cholera; er zijn hier geen lege gebouwen voor eventuele zieken. Daarom lokaal van de school voor arme kinderen daarvoor aangewezen; volgende brief: wel­licht benedenkamer van infermerie ervoor in gereedheid houden; idem 26 juli; idem 4 aug (nog geen ziekte); 16 aug: er zijn badkuipen gemaakt

1866 28 juli Request A. Bergacker e.a. om ziekenhuis zo spoedig mogelijk uit hun midden te verplaatsen. Gaat naar choleracom­missie.

1866 gemeenteverslag kazerne enigzins bouwvallig. Daarin zitten bureau van politie, nachtwacht, magazijn van de schutterij en een van de zalen is tijdens de cholera-epidemie tot ziekenzaal ingericht. Dat kostt f 500.-

1867 gemeenteverslag weer een van de zalen van de kazerne tot ziekenhuis ingericht 1872 adres over noodzaak ziekenhuis besmettelijke ziekten

 



 

1880  Eene uitzondring noemen wij den weg nabij de school voor onvermogenden. Deze weg, ingevolge Uw besluit , in 1878 in den tegenwoordigen toestand gebragt, is niet alleen slecht maar ontsiert op stuitende wijze een gedeelte van onze gemeente. meer


De kosten van onderhoud der wegen hebben bedragen f1431,52

 

De Nederlandse pokkenepidemie van 1870-1873
Deze virusziekte is al duizenden jaren oud. Vele tientallen miljoenen mensen overleden aan deze ziekte. Een groot deel van de oorspronkelijke bevolking van Amerika verdween door de pokken. De laatste grote epidemie vond plaats als gevolg van de Frans-Pruisische oorlog. In Nederland vielen rond 20.000 slachtoffers.

 


Inundatiekanaal 1880

Technische ontwikkelingen in die tijd:
Gas:
1850 pag 209 gasfabriek 1850 vraag om concessie
1851 straatlantarens op patentolie
1854 eerste Gasfabriek op gepacht terrein achter Bellevue
1856 straatlantarens in de binnenstad:  de olielampen worden door gasvlinders vervangen.

18 jan 1865 dhr Stout wil gasverlichting op Zandwijk.
1875 ingraven van gasbuizen. meer

Water:
12 okt en 2 nov 1887 Discussie over Concessie aan C.P. Metelerbach voor aanleg en explotatie van waterleiding
15 aug 1888 B&W ziet er van af zelf waterleiding aan te leggen.
1889 overleg over brandkranen.
15 maart 1889 Concessie aan de Utrechtse Waterleiding Maatschappij.

Elektriciteit:
1854 Eerste gloeilamp met gloeidraad van verkoolde bamboe vezel.
1878 Gloeilamp met 1 á 2 uur brandtijd.
1879 Gloeilamp met 14,5 uur brandtijd.
1880 Gloeilamp met 1200 uur brandtijd.
1890 Wisselstroom.
1922 electromotoren

 

Tiel vanaf 1882.
Spoor:
1835 Eerste lokomotief.
1839 20 september Eerste trein Haarlem Amsterdam.
1882 Op 1 november werd de spoorweg Geldermalsen-Tiel-Elst in gebruik genomen. Ook Tiel was nu per spoor bereikbaar. In 1885 doorgetrokken naar Dordrecht.  meer

Fiets:
1861 eerste fiets met twee even grote wielen achter elkaar, via trappers en ketting aangedreven.

Pont:
De gierpont Zeldenrust kwam in 1898 in de vaart en heeft tot en met 1940 gevaren

 

Ziekenhuizen.
Het echte eerste ziekenhuis van Tiel werd opgericht door de ‘Vereeniging tot oprichting en instandhouding van de Tielsche Ziekeninrichting’, die daartoe in 1884 het initiatief namen. In december 1884 wees de gemeenteraad daarvoor de gebouwen van de voormalige Bank van Lening aan. Die stonden op de plaats van het huidige (nu alweer oude) postkantoor. In de nazomer van 1885 werd het in gebruik genomen. Het had twee ziekenzalen, één voor mannen en één voor vrouwen. Een operatiekamer, een spreekkamer, een keuken en woonruimte voor de conciërge. Door de oprichting van het St.Andreas Gasthuis in 1901, werd het kort daarna gesloten. De Vereeniging werd pas in 1951 formeel opgeheven.

Uiteraard maakte ook dit ziekenhuis en het latere Christelijk ziekenhuis Bethesda, geopend 11 okt 1910, in voorkomende gevallen gebruik van de gemeentelijke barakken voor besmettelijke zieken, totdat de ‘ziekenbarak’ in 1926 gesloten werd, omdat beide ziekenhuizen zelf de eventuele besmettelijke zieken in isolatie konden opnemen.

    
Andreas Gasthuis 1901          Bethesda  1910      

 

1870  De kosten , van de geneesmiddelen ,voor het Burgelijk Armbestuur hebben bedragen f 357,15 , terwijl dat Bestuur heeft doen gereed maken 813 recepten.
De Diaconie der Hervormde gemeente heeft 268 recepten doen gereed maken, terwijl de kosten der geneesmiddelen waren f 101,75.
Het Rooms Catholijk Parochiaal Armbestuur en de Diaconiën der Evangelische Luthersche en Christelijk Afgescheidene gemeente alsmede het Israëlitisch Armbestuur hebben in 1870 geene geneesmiddelen verstrekt. meer



1870  Het drinkwater is over het algemeen, althans wat uiterlijk aangaat niet zooals het zoude moeten zijn. Vele pompen geven ongetwijfeld zeer goed en zuiver water; anderen daarentegen en voornamelijk de pompen op den hoek van de Ambtmanstraat, in de St. Agnietenstraat, op de Markt, in de Klijbergschestraat is het water, of min of meer gekleurd , of van minder frisschen smaak en reuk.
Het is ons  echter niet bekend, dat dit water , nadeel aan de gezondheid zonde toebrengen,en wij hebben daarom U geene bijzondere maatregel tot verbetering voorgesteld.
Eene gezondheidscomissie bestaat in deze gemeente niet
meer

 

In 1860 is men begonnen met het bestraten van enkele straten met dubbele klinkers
. totaal 1040 ellen meer

 

 

 

Wellicht is dit de reden van de twee lokalen, één voor gegoeden en één voor min vermogenden.

 

 

4 December 1872 staatsblad 134 is het verboden, lijders aan eene bij of krachtens de wet besmettelijk verklaarde ziekte op andere wijze naar het ziekenhuis of naar hunne woning te vervoeren of te doen vervoeren, dan in daartoe bestemde voer- of vaartuigen, voorzien van een van buiten duidelijk zichtbaar kenteeken
meer

 

 

 

jaarverslag 1876  Genoemden geneesheer kwamen op Zandwijk twee gevallen van keelziekte (angina diphterina) in de maand Februarij voor, waarvan een met doodelijken afloop. meer
In 1880 was het al zo. Financiële tegenvallers, of te rooskleurig bedacht:

De oude gierpont, voor welke niet tegenstaande herhaaldelijk geplaatste advertentien genee koopers zich aan meldden, werd in het openbaar verkocht en bragt slechts  f 242 op.
De koopers hebben haar doen sloopen. meer

 

 

 

 

 

 

1880    De bebouwde kring om de stad, waar nog geene bestrating is, breidt zich zoo zeer uit, en de bewoners van de huizen hebben bij nat weder zooveel last van den onvermijdelijk morsigen toestand der wegen, dat liet bijna ondoenlijk is, om aan de vele klachten tegemoet te komen. Het verkeer op de voetpaden is zoo druk, dat eene bezanding, iedere week gedaan niet voldoende zoude zijn om ze goed te honden.

Wij meenen dat over het algemeen geene duurzame verbetering te wachten is, zoolang niet tot keibestrating is overgegaan, en dat de eigenaardige moeijelijkheden aan de kleistreken verbonden ten opzigte van wegen in aanmerking genomen reden bestaat tot tevredenheid.

Eene uitzondring noemen wij den weg nabij de school voor onvermogenden. Deze weg, ingevolge Uw besluit , in 1878 in den tegenwoordigen toestand gebragt, is niet alleen slecht maar ontsiert op stuitende wijze een gedeelte van onze gemeente. meer

 

 

1885  Het personeel der geneeskunst-oefenaren heeft geene verandering ondergaan en bestond op 31 December 18 55 uit:

3 Doctoren in de Geneeskunde.

1                        Heelkunde.   

2                        Verloskunde.

1 Heel- en .vroedmeester.

4 Apothekers.

2 Drogisten.

1 Vroedvrouw;

Gast- of ziekenbuizen zijn in deze gemeente niet aanwezig. meer

 

 
 
     
                           

 

 

 

 

 

       
 



 

 

 

  Bijlagen    
  Door er op te klikken opent het document.

Overzichten.

Jaaroverzicht 1850 - 1922

Aantekeningen Ziekenhuis vanaf 1811

Besmettelijke ziekten en rampen 1830 - 1926

Cholera wat is, Wikipedia©

Wijkverpleging in historisch perspectief:    vanaf 1856 hfd 4 Wet 1872 toelichting

Ziektenwetgeving Staatsrechtelijk Beschouwd  pag 254 deels

Foto's van woningen in de omgeving 1971

 

Kaarten en Kadaster gegevens.

1741 tot 1990 :  9 kaarten van Tiel en 11 kadaster schetsen
  

Verslagen en Kranten berichten.

1851  17 september Tielsche courant voorblad :   Laat u niets opdringen

1853 jaarverslag medisch

1855 jaarverslag inleiding

1855 jaarverslag medisch

1860 jaarverslag wegen en medisch

1870 jaarverslag pag 2:      Het getal levenloos aangegeven kinderen in de jaren 1861 tot 1870

1870 jaarverslag medisch

1872  21 december Gemeenteraad

1873  23 augustus Gemeenteraad

1873    4 september Tielsche Courant:  Voorstel aankoop terrein

1873 jaarverslag pag 8

1873 jaarverslag pag 12

1873 jaarverslag pag 2 en 3:     Getallen sterfgevallen hoog bij ongehuwden en aantal trouwerijen

1875 Begroting:      Oprigten opzigterswoning

1875 jaarverslag verslag pag 19

1875 jaarverslag straten en riolen

1876 jaarverslag pag 22

1876 jaarverslag pag 23

1880 jaarverslag pag 16 en 17

1930 07 16 Kadaster: bouw 5 woningen

1930 08 19 Gemeenteraad laatste blad Besluit

1930 08 19 Gemeenteraad verslag punt 11