Terug naar
Voorblad
 

Hoveniersweg 104
Subtitel: Het huis en zijn tijd (1850-1900).
reakties:  de@hoveniersweg104.nl


De Gebouwen
  • Barak
  • Ontsmettingsruimte
  • Beheerswoning
De Omstandigheden
  • Armoe
  • Drinkwater
  • Riool
  • Aantal inwoners en zieken
Ontwikkelingen in die tijd
  • Gas
  • Water
  • Elektriciteit
Waarom deze site
Bibliotheek
-- Ziekten 1850-1890
  • achtergrond stukken
  • delen uit boeken
  • wat is cholera

-- Verslagen Gemeente en
       Kranten   1853 - 1930

 

Kadasterkaarten
  • kaarten
  • kadastergegevens
  • foto's buurt 1971
Verhaal uit de Kroniek
  • samenvatting van deze site

Aantal bewoners en zieken    1850 tot 1922

Details uit het leven van de stadbaas Pieter Schreuders.

Dit verhaal geeft een beeld van de periode 1900 -1945 in TIEL.

 

  Verhaal opgenomen in de De Nieuwe Kroniek.  Tiel, uitgave dec 2012

         

De Tielse barak voor besmettelijke ziekten aan de Hoveniersweg 1875-1926.

Inleiding.
De gezondheidszorg staat volop in de belangstelling. Regelmatig valt kritiek te horen op de kwaliteit, de organisatie en de hoge kosten. Toch mogen we wanneer we kijken naar het (verre) verleden zekert niet mopperen. In die tijd werden de zieken, wanneer je welgesteld was, thuis of in het gasthuis verpleegd. Was je onbemiddeld dan kwam je wanneer je geluk had in het gasthuis terecht anders werd je helemaal niet verpleegd. De kosten van opname in het gasthuis kwamen dan voor rekening van de diaconie bij de Protestanten of het parochieel armbestuur bij de Rooms-katholieken. In alle andere gevallen kwamen de zorgkosten voor rekening van de ‘algemene armen’, dus het stadsbestuur. Het is nu vanzelfsprekend dat ‘medicine doctoren, apotheeckers en chirurgijns’ zich niet onbekwaam mogen drinken als zij in hun functie de patiënten gaan visiteren. Het was in 1724 nog wel nodig om dat door het gemeente bestuur te laten afkondigen! Er werd om misstanden te voorkomen daarom een gilde opgericht. In de 19e eeuw, vanaf 1848, nam de‘Geneeskundige Kring Tiel en Omstreken van de Nederlandse Mij. tot Bevordering van de Geneeskunst’ deze taak over. En langzamerhand, tot op de dag van heden zijn er allerlei wetten gekomen, die in brede zin voorzien in de handhaving van onze ‘zorg’. Vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog namen de regelingen met betrekking tot ziekte en zorg een snelle en uitgebreide vlucht. Het is intussen heel gewoon en zo vanzelfsprekend dat ze er in feite dagelijks zijn, de huisarts, tandarts en de specialisten als de KNO-arts, oogarts, kinderarts, oncoloog, chirurg, psychiater, hematoloog en anesthesist. Evenals overigens de zorgcentra, begeleid wonen, scholen voor bijzonder onderwijs etc. Gehandicapt mag men niet meer zijn, men spreekt nu van een beperking. Bejaardenhuizen bestaan niet meer. Dat zijn zorgcentra geworden. Maar is dat alles zo gewoon? Ja, in onze tijd wel, maar het is goed te bedenken dat het veel energie, tijd en moeite gekost heeft zover te komen. In ieder geval is het geen vanzelfsprekende zaak en is het goed even bezinnend en misschien relativerend achterom te kijken. Dan wordt men dankbaar voor dat alles wat er nu bereikt is, ondanks de onvolkomenheden, want die zijn en waren er ook. Maar zoals we allen weten zijn die menselijk! De historische ontwikkelingen in de ziekte en zorg van de laatste anderhalve eeuw zijn zo veelomvattend, dat het eigenlijk, ook voor Tiel e.o. een boek waard zou zijn! Daarom is het volgende geschreven over een vergeten gemeentelijk ‘zorg gebouw’, waar zelfs geen foto’s van gevonden zijn!

 

De besmettelijke zieken barak.
 De rond het midden van de 19e eeuw alom heersende epidemieën van besmettelijke ziekten als cholera, pokken en tyfus waren er debet aan dat onder premier J.R. Thorbecke (1798-1872) een Wet op de Besmettelijke Ziekten werd voorbereid. Kort na het overlijden van de grote staatsman werd die van kracht. De gemeenten werden vervolgens via een schrijven van de Geneeskundige Provinciale Raad geadviseerd een ‘locaal voor besmettelijke zieken uit den gegoeden stand’ in te richten. Het was toen nog duidelijk een tijd van rangen en standen! Maar de Wet zelf bepaalde dat iets dergelijks voor ‘minvermogenden’ gerealiseerd moest worden. In augustus 1873 werd ook in de Tielse raad een plan voor een dergelijk gebouw voor beide categorieën aangeboden. Het moest in hout uitgevoerd worden. De regeling was geen hamerstuk. Er rezen allerlei bezwaren, vooral over de kosten, waardoor de gewone raadsvergadering over dit punt in een ‘geheime’ werd omgezet. De raadsleden Kruijthof, Rink, Campagne, Verbrugh en Van Lidth de Jeude hadden vooral financiële bezwaren. Verschillende locaties kwamen aan de orde als vestigingsplaats, o.a. bij de zgn. baggerkuilen bij de Adamshof en bij het Molenstraatje. Uiteindelijk wordt besloten een houten ziekenbarak voor ‘afzondering en verpleging van zestien lijders’ op Zandwijk te bouwen aan de Hoveniersweg, waarvoor de gezamenlijke kosten ca. fl. 9000,- zouden mogen bedragen. Om het benodigde geld bijeen te krijgen werden aandelen groot fl. 500,- uitgeschreven, tegen een rente van ten hoogste 5 %, waarvan jaarlijks een aandeel zou worden afgelost. Op het in Zandwijk aangekochte perceel land, groot 5470 m 2 , dat voor Fl. 2500,- van de Beheerderswoning barak voor besmettelijke ziekten. Foto Bert Leenders heer Tilanus was aangekocht, werd de aanwezige woning bestemd tot beheerderwoning. De opzichter van gemeentewerken, de heer Brands verkreeg de bijbaan van opzichter van de ziekenbarak en betrok samen met zijn vrouw, die geacht werd mee te werken in de ziekenbarak, de woning tegen een huur van fl. 1,25 per week.
 In 1875 werd de barak en de beheerderwoning opgeleverd en voldeed men ook in Tiel aan de nieuwe Besmettelijke Ziektewet. Maar een jaar later bleek men slechts één ‘onvermogende lijder’ met typhus opgenomen te hebben, waarvan de kosten dus geheel voor rekening van de gemeente kwamen. En die kosten waren voor 31 dagen opname fl. 187,76. De kosten van de geneesmiddelen zaten daar nog niet bij. In het verslag van de gemeente waarschuwde men, dat die uitgaven, welke uithoofde van onvermogen van de lijder daarop niet kunnen worden verhaald, dus door de gemeente werden gedragen. En dat daarom de barak wel eens een zeer bedenkelijke financiële zaak kan worden. Het naar verhouding geringe aantal ‘lijders’ in de daarna komende jaren was vooral te wijten aan de inmiddels steeds beter wordende voorzieningen en hygiënische omstandigheden, een tendens die voor het gehele land opging. Ook de oprichting van het Rooms-katholieke ziekenhuis Sint Andreas en het Protestantse ziekenhuis Bethesda, die later een eigen barak en/of afdeling voor besmettelijke zieken hadden, deed het gebruik van de gemeentelijke barak afnemen.
 Over het verdere interne reilen en zeilen van de besmettelijke ziekenbarak is weinig bekend. Een eigen archief is er niet van bewaard, maar meer onderzoek in het stadsarchief en de kranten zal zeker materiaal opleveren voor een meer uitgebreide beschrijving. Op de bewaard gebleven plattegrond van het gebouw bij het kadaster, lijkt het uit twee delen te bestaan, met een ingang in het midden. Vooralsnog onbekend is of het aparte barakken waren voor de beter gesitueerden en de minder bedeelden, of een splitsing in een mannen- en vrouwenbarak.
 In 1926 werd de besmettelijke zieken barak aan de Hoveniersweg buiten gebruik gesteld, na nog even enkele kinderen met roodvonk gehuisvest te hebben. In hetzelfde jaar diende het ook nog voor de opvang van een aantal watersnoodslachtoffers van de overstroming in Maas en Waal. Maar daarna had het voornamelijk gediend als opslagplaats voor de Dienst Gemeentewerken van Tiel. In 1930 werden de gebouwen gesloopt door verbranding. Waarschijnlijk was men bang dat er nog een besmetting uit de gebouwen kon voortkomen. De brand bracht wel wat overlast bij de omgeving, waar van de huizen enkele ramen door de hitte barstten. Op de vrijgekomen grond werden uiteindelijk in 1933 vijf woningen gebouwd. De beheerderwoning bleef bestaan tot op de dag van heden. Tot 1972 bleef deze ook de ‘ambtswoning’ van de Tielse gemeenteopzichter. Tegenwoordig heeft het huisnummer Hoveniersweg 104 en wordt bewoond door het kunstenaarsechtpaar, edelsmid Hanneke van der Haven en partner Chris Koolma.


Geraadpleegde bronnen
- Tiels Stads en Arrondissementsweekblad v.a. 1873.
- Ingekomen stukken en notulen raad v.a. 1872.
- Serie akten v.a. 1873.
- Jaarverslagen gemeente Tiel v.a. 1872.
- www.hoveniersweg104.nl

Geschreven door W Veerman. De Nieuwe Kroniek dec 2012.
https://www.oudheidkamer-tiel.nl/docs/nieuwe_kroniek4_1.pdf